Druk, drukker, drukst

 
Schermafbeelding 2018-09-29 om 16.51.36.png
 

Wat heb ik eigenlijk aan natuur in de stad? vroeg de jonge verslaggever van het Parool tijdens ons gesprek voor de krant. Zij draait 40-50 uur per week, ziet vaker een scherm dan het zonnetje buiten dus het maakt haar niet zoveel uit of de straten in Amsterdam van bomen zijn voorzien of niet.

We waren al een uur in gesprek over mijn boek 'Paradijs in de polder, wat landschap je vertelt' en de vraag overviel me een beetje na alles wat we hadden besproken. 'Wat levert jouw bestaan mij op?' Op die manier had ik nog nooit een iep, koolmees of struik ondervraagd. Natuurlijk had ik met resultaten kunnen zwaaien van onderzoeken waaruit blijkt dat natuur een gunstig effect heeft op het welzijn van kinderen en volwassenen, maar waarom zouden niet-mensen slechts recht van bestaan hebben op grond van hun nut voor de mens? De meeste soorten bestaan bovendien veel langer dan de mens, wíj zijn de nieuwkomers. Natuurlijk begrijp ik de vraag van de verslaggeefster. Tijd is kostbaar en ze moet keuzes maken. Aandacht voor groen in de stad ervaart ze als een luxe die ze zich alleen kan permitteren als er iets tegenover staat. Maar hoe vertaal je de geur van lindebloesem of het glinsteren van zon licht op het water van de gracht in termen van nut?

'Ik weet het niet,' beantwoordde ik haar vraag. 'Maar misschien kunnen we het de bomen zelf vragen?' Dat leek haar een goed idee. Wordt vervolgd.

BLOGArita Baaijens