DE BOOM IN

DER SPAZIERENDE MANN, Jiro Taniguchi

DER SPAZIERENDE MANN, Jiro Taniguchi

Vorige week bracht ik 24 uur door in & bij een oude beuk en een eik in het Leuvense bos. Onderweg donkere slierten poep van een boommarter, verse woelsporen van everzwijnen, sporen van herten en een dassenburcht. Ik was te gast in een bos dat thuis betekende voor de mossen, schimmels, vogels, bomen en dieren die hier leven. Een ontmoeting, merkte ik al meteen, is iets anders dan een wandeling of ommetje. Ga zelf maar eens een tijdje in een boom zitten en geef je zintuigen vrij spel. Waarnemen zonder te analyseren, je verwonderen over dansend lover, duizenden elegante zuurstoffabriekjes die van water worden voorzien door wortels en sapvaten, en zo zijn gegroepeerd dat ze maximaal zonlicht opvangen. Maar ook geuren, textuur, ruwheid van de bast, sporen van infecties, insekten en schimmels, de vele tinten groen en de alarmroep van vogels die uren later - als je de onrust van de stad eenmaal achter je heb gelaten - overgaat in melodieus gezang. Zwijnen kwamen langs in de avondschemer, herten graasden iets verderop in de vallei, de spelende dassen heb ik gemist. Misschien kwamen ze toen ik al sliep op de kruidige bladlaag met gulzige teken onder een groen baldakijn van beukentakken. Bos en boom vormen een universum, een vrijgevig universum en het is gek dat we daar zo weinig oog voor hebben. Wie neemt nog tijd voor een werkelijke kennismaking? Zelfs de groenlobby in mijn stad Amsterdam doet dat niet. Acties, projecten en bijeenkomsten zijn intellectuele exercities of events met een hoog amusementsgehalte. Wat maakt het zo lastig voor stadsbewoners met een groen hart om zonder poespas en zonder gadgets contact te maken met natuur? Het is zo simpel en het kost niks. Languit liggend in het gras, zittend op een brede tak, of gehurkt aan de slootrand aandachtig luisteren naar wat de plek te zeggen heeft. Dat is alles. Waarom is het niet genoeg?

BLOGArita Baaijens